jeugdzorg

Laten we praten over mensen en niet vanuit systemen

Tom is beschouwer, door vele jaren ervaring kent hij talrijke verhalen. Geredeneerd vanuit de kinder- en jeugdpsychiatrie, Team Toegang, Regionaal Expertiseteam (REX), zijn er vele voorbeelden. Elke casus op zich is exemplarisch voor wanneer we het niet meer weten, organisaties zijn gestoeld op tradities die heel ver teruggaan.

Betrokken voorlopers in dit verhaal:

Tom van der Schoot

Het probleem binnen een casus… “Dit is niet van ons, dit moet van die ander zijn…” gaat over eigenaarschap. In welke mate is het probleem binnen een casus óns probleem? Een cliënt heeft hulp nodig, als organisatie eigenen we ons dan een probleem toe en daaruit vloeit een ander probleem: we onteigenen de cliënt die een probleem heeft, we halen de regie weg en nemen het probleem tot ons vanuit de professionele traditie die we hebben – zoals die vanuit de kinder- jeugdpsychiatrie. Gechargeerd gezegd: Met dat, wat wij onder psychiatrie verstaan, gaan wij op zoek naar de kwaal en passen daar de remedie op toe. Soms werkt het niet omdat er meer aan de hand is, wat dan aanleiding vormt om te verwijzen naar een ander.

Maar het is breder dan dat. De laatste jaren proberen we te verbeteren door de diagnostiek uit te breiden, maar tegelijkertijd hebben we geen antwoord op de complexiteit die daaruit blijkt. Dus gaan we kijken naar dat wat voorliggend is: is het de verstandelijke beperking of is het de opvoeding? Dat wat voorliggend is, hebben we verkokerd binnen ons systeem. Verschillende organisaties hebben ‘het meeste verstand’ van verschillende zaken in zo’n casus en ze willen zich ook als specialist blijven neerzetten. Maar wat doen we als er meerdere probleemgebieden zijn, er sprake is van een complexiteit die niet met één specialisatie kan worden opgelost?  De wil voor een geïntegreerde aanpak is er wel, maar de huidige praktijk is helaas nog dat er heel veel op- en neer wordt geschoven en naar elkaar wordt verwezen.

Een 18 jarig meisje, met een laag IQ – dat leidt aan anorexia – perfectionistisch is en kenmerken van autisme vertoont, kan in Nederland moeilijk worden behandeld. Omdat haar ziektebeeld tussen de plooien van het systeem valt… Behoort ze tot de jeugd, of volwassenenpsychiatrie? Is het gehandicapten- of reguliere zorg? Is het een eetstoornis, of een dwangprobleem, of is het toch autisme? Omdat deze kinderen overal een beetje terecht kunnen, kunnen ze nergens volledig terecht. Juist de meest ingewikkelde en zieke patiënten kunnen niet worden opgevangen, omdat ze meerdere problemen hebben en de verschillende behandelcentra gespecialiseerd zijn in enkelvoudige problematiek. In de jeugdzorg hebben we dan ook nog te maken met een complexe verkaveling, waardoor integrale diagnostiek en behandeling zelden wordt geboden (zie ook ‘Het tekort van het teveel’ van Damiaan Denys, 2020).

Iedereen onderkent dit probleem, we doen pogingen maar toch ontkokeren we maar mondjesmaat. Binnen de psychiatrie hebben we te maken met professionals die zijn opgeleid (bijvoorbeeld de postdoctoraal GZ- psycholoog) om psychiatrische beelden te zien en daar behandeling op in te zetten, waardoor breder en generalistisch kijken – naar wat nu écht de vraag is vanuit de cliënt en zijn omgeving – soms lastig is. Wij pikken er een klein dingetje uit… iemand heeft ADHD en daar moet medicatie, begeleiding en coaching op ingezet worden en vervolgens zijn we klaar… of we doen diagnostiek naar ADHD en brengen het goede nieuws: “uw zoon heeft geen ADHD” en negeren vervolgens de achterliggende hulpvraag. Zo heb je ook cliënten die niet goed snappen hoe de behandeling werkt en dan blijkt dat naast ADHD- een geestelijke beperking meespeelt. Hoe moeten we dat dan doen? Daar zijn we niet voor opgeleid, daarvoor was toch Alliade of Reik? We gaan dan schuiven naar andere partijen, de andere specialisten…

Het was vroeger geen issue dat psychiatrie zich met verstandelijke beperkingen bezig hield. Nu erkennen we wel dat mensen met een verstandelijke beperking ook psychiatrische problemen kunnen hebben en ontwikkelen we mogelijkheden om hen daarvoor, binnen de psychiatrie, behandeling te bieden. De ontzuiling is in dit opzicht aan het plaatsvinden. Maar de – vanuit traditie ontstane – specialismen hebben nog steeds een eigen organisatie om zich heen staan, met eigen stakeholders zoals verzekeraars en verwijzers. Die stellen bepaalde eisen aan behandelingen en zo zijn we met z’n allen in een behoorlijk krap netwerk van systemen verstrikt geraakt.

We behandelen een taartpuntje vanuit de expertise en niet de taart als geheel. Dat taartpuntje is financieel afgekaderd door budgetten, verzekeraars, etc.. Dus behandelen we het taartpuntje – want zo is het systeem ingeregeld, daar komt het plat gezegd op neer en daar schamen we ons al heel erg lang voor. De etikettering werkt ons tegen, we willen de cliënt centraal stellen maar dan zouden we die ook over de volle breedte centraal moeten stellen.

De expertise is aanwezig, maar vanuit welk perspectief kunnen we -vanuit integraliteit- een positieve impact op het leven van kinderen/jongeren bewerkstelligen?

Een volgende fase is een geïntegreerde aanpak in één organisatie onderbrengen. En ja, daar zijn er dan verschillende van. Het is bijna onmogelijk om níét in organisaties te denken, hoewel dat uiteindelijk voor de cliënt het allerbeste zou zijn. Maar er is een financiële prikkel om zaken zo in te regelen en niet zozeer een inhoudelijke. Het fluïde schakelen van expertisen is het droombeeld. Een inhoudelijke expert met een gereedschapskist aan oplossingen die bij organisatie ‘A’ het ene en bij organisatie ‘B’ het andere ophaalt, maar die altijd de ‘360 graden’ in het vizier houdt. De transformatie beoogt deze inhoudelijke integraliteit.

Maar er is onmiddellijk een bezuinigingstaakstelling meegegeven aan de gemeenten. Daarnaast is er binnen gemeenten over het algemeen nog weinig know-how over de inhoud. In toenemende mate komen deze zaken op gespannen voet met elkaar te staan. Aanbieders en gemeenten staan hierdoor tamelijk wantrouwend tegenover elkaar, wat het moeilijk maakt te spreken van een gemeenschappelijk belang.

Natuurlijk is het belangrijk dat de gemeenten (lees: de gebiedsteams) een rol hebben in de integrale aanpak van jongeren. Onderdelen die met het sociale domein en met welzijn te maken hebben -zoals schulden- en die buiten het taartpuntje van de jeugd-GGZ vallen, zouden op die manier écht in één plan gevangen kunnen worden. Als dat in de praktijk zou werken, zou dat een hele mooie vorm van integraliteit zijn, conform de transformatiedoelstelling.

Iedereen worstelt om vanuit de verwijscultuur te bewegen naar een échte integrale aanpak, die de hele taart, in plaats van de taartpunt beslaat. “Zijn wij hiervan?” is de meest verkeerde vraag die we onszelf steeds maar weer blijven stellen. Je hoeft je specialisme niet te ontkennen om voor deze echte integraliteit te kiezen. Het staat niet ter discussie of de expertise aanwezig is, het staat ter discussie vanuit welk perspectief we de verschillende expertisen -vanuit integraliteit- een positieve impact op het leven van kinderen/jongeren kunnen bewerkstelligen. Hoog specialistische expertise kán ingezet worden voor het verbeteren van de levens van deze kinderen, maar het hóéft niet. We hebben bijvoorbeeld veel ziekenhuisbedden, maar die hoeven ook niet allemaal bezet te zijn… toch?!

Expertise blijft broodnodig ­­en we zitten niet te wachten op een of andere generalistische soep… We zetten nu vaak iets in omdat het er is, want het zit in onze gereedschapskist. Dat principe mag omdraaien, laten we nu eerst die persoon zien en spreken en dan kijken welke hulpmiddelen er nodig zijn om tot herstel te komen. Je zult eerst uit moeten zoomen om daarna op een zinvolle manier (vanuit je expertise) in te kunnen zoomen.

Eigenlijk zijn het de gebiedsteams die voor deze scope zouden moeten zorgen. Maar we zien ook, dat lang niet alle gebiedsteams beschikken over voldoende kennis om dit te kunnen doen. En ze hebben impliciet een andere agenda: de zorg kan wel wat minder. Sommige jongeren worden door de gebiedsteams veel te lang vastgehouden waardoor de complexiteit alleen maar toeneemt en wij die jongeren dan soms te laat binnenkrijgen.

Onze inzichten uit deze praktijk-ervaring

Wat kunnen we hiervan leren:

We behandelen een taartpuntje vanuit de expertise en niet de taart als geheel. Dat taartpuntje is financieel afgekaderd door budgetten, verzekeraars, etc.. Dus behandelen we het taartpuntje – want zo is het systeem ingeregeld, daar komt het plat gezegd op neer en daar schamen we ons al heel erg lang voor.

Waardevolle Inzichten:

Wanneer we de cliënt centraal willen dan zouden we die ook over de volle breedte centraal moeten stellen.

We zetten nu vaak iets in omdat het er is. Laten we nu eerst die persoon zien en spreken en dan kijken welke hulpmiddelen er nodig zijn om tot herstel te komen.

Aanbieders en gemeenten staan tamelijk wantrouwend tegenover elkaar, wat het moeilijk maakt te spreken van een gemeenschappelijk belang.

Heb jij ook zo'n verhaal? Doe mee!

Al meer dan 30 voorlopers gingen je… voor :)

En volg onze beweging ook alvast online via:

Wij gunnen alle Friese kinderen de veiligheid & ontwikkeling die ze stuk voor stuk verdienen.

Daarom is NU de tijd aangebroken om elkaar te inspireren, uit te dagen & te helpen

We verzamelen voorbeelden en verhalen en creëeren  nieuwe voorwaarden